Deniza Miftari | schrijven over wat tussen twee werelden valt

Een boek dat al jaren aan het sluimeren was

Deniza wist al lang dat ze ooit zou schrijven — alleen niet dat het nu al zou zijn. Lang had ze het gevoel nog niet genoeg "materie" te hebben, nog niet genoeg ervaring, nog te jong. Tot een journalist van De Morgen haar na een lang telefoongesprek terloops de vraag stelde: heb je er ooit aan gedacht een boek te schrijven? Die ene zin wakkerde een vuur aan dat er al sinds haar bibliotheekjaren brandde. Binnen een jaar — een deadline die ze zichzelf oplegde en waar ze zichzelf gaandeweg meermaals voor vervloekte — werd Tussenin geschreven.

"Het is ons verhaal" — een stem voor een generatie

Tussenin vertrekt vanuit de Kosovaarse identiteit in de diaspora: de eerste generatie die buiten Kosovo opgroeide en een eigen verhaal ontwikkelde, klem tussen de verwachtingen van twee culturen. Deniza miste dat boek in haar eigen boekenkast — het bestond simpelweg nog niet. Het verlangen naar thuis, het romantiseren van een land dat tegelijk niet helemaal meer bestaat, de spanning tussen waar je vandaan komt en waar je terechtkwam: het zijn ervaringen die ze deelt met Kosovaren in Duitsland, Zwitserland, Frankrijk, Amerika — en die herkenbaar zijn voor iedereen met een migratieachtergrond.

Patriottisme versus nationalisme

Een van de fijnste nuances in het boek: het zorgvuldige onderscheid tussen patriottisme en nationalisme. Voor Deniza gaat patriottisme over liefde voor het land, over het bewaren van taal, muziek en cultuur — niet over je beter voelen dan een ander. Nationalisme, de gesloten vorm die uitsluit, vermeed ze bewust. Het is tekenend voor hoe het hele boek werkt: gebalanceerd, voorzichtig, met oog voor de lading van elk woord.

Schrijven op plekken die ertoe doen

Deniza is geen schrijver met een strak ritme, eerder iemand die 's ochtends vroeg en 's nachts schrijft — wanneer het stil is en de wereld om haar heen slaapt. Ze begon met een braindump en een papieren mindmap, werkte per hoofdstuk in losse Word-documenten, en plakte die pas later samen tot iets dat op een boek begon te lijken. De belangrijkste les die ze van YouTube-schrijftips meenam: schrijf éérst, verbeter dáárna. Wie meteen de mooiste zin wil, blokkeert het eigen creatieve proces. Het hoofdstuk over terugkeren naar Kosovo schreef ze bewust ter plekke, in het huis van haar grootvader — omdat bepaalde gevoelens zich in België simpelweg niet laten oproepen. "Het lijkt alsof er daar een Deniza in mij wakker wordt die hier niet wakker is."

Gesprekken als klankbord — en als documentatie

Het boek groeide uit spontane gesprekken met Kosovaarse vrienden, die als vanzelf gingen over thuis, relaties, verwachtingen. Maar het kostbaarst waren de gesprekken met haar moeder, over de details van hun vlucht en de oorlog. Voor het eerst vroeg Deniza niet alleen wát er gebeurde, maar ook welke datum, welk gevoel. Zo legde ze verhalen vast die anders verloren dreigden te gaan — ook die van haar grootmoeder, een taaie, typisch Kosovaarse vrouw die zelden kwetsbaarheid toont.

Het boek vertalen naar het Albanees: een stuk waardigheid teruggeven

Tussenin is in het Nederlands geschreven, maar Deniza vertaalde het naar het Albanees — de taal waarin haar moeder haar thuis liet voelen. Het is meer dan een vertaling. Het is een manier om iets terug te geven: aan haar moeder, die ooit na haar werkuren het Albanees aan haar kinderen doorgaf in een tijd waarin die taal in Kosovo verboden werd; en aan een hele generatie ouders en grootouders die anders nooit zouden kunnen lezen wat hun kinderen schreven. Waar veel diaspora-auteurs voor het Engels kiezen om bereik te halen, kiest Deniza bewust voor de moedertaal — zodat het verhaal landt bij wie het het hardst aangaat.

Sociale media, stereotypen en de pijn van uitsluiting binnen de eigen gemeenschap

Sociale media spelen een dubbele rol in het boek: ze verbinden de diaspora, maar versterken ook karikaturen. Deniza schrijft over hoe de diaspora soms wordt uitgelachen — om hun accent, hun "te westerse" manieren, hun mooie kleren en auto's. Dat het van binnenuit de eigen gemeenschap komt, doet extra pijn. Haar boek is ook een uitgestoken hand: een uitnodiging om elkaar zachter te benaderen en te beseffen hoe moeilijk het hier óók was.

Over racisme — en de moed om het te benoemen

Het hoofdstuk over racisme schreef Deniza met grote terughoudendheid. Lange tijd twijfelde ze of ze er wel "recht op" had: was het racisme, of uitsluiting, of neerkijken? Ze groeide op met de boodschap dankbaar te zijn, niet te klagen, niet op te vallen — een geïnternaliseerd proces dat het moeilijk maakt jezelf als slachtoffer te zien. Toch koos ze ervoor het te benoemen, ook namens haar ouders en familieleden met donkerdere features. Het gesprek raakt aan een breder thema: dat racisme méér is dan huidskleur, en dat Oost-Europese migranten een vorm van uitsluiting ervaren waar weinig over geschreven is.

Schaamte, assimileren in twee werelden, en het ongemak teruggeven

Als kind wilde Deniza zo Vlaams mogelijk zijn — ze schaamde zich als haar vader luid telefoneerde in de supermarkt, weigerde de mooie kleren die haar moeder in Kosovo kocht, paste zich na elke zomervakantie opnieuw moeizaam aan. Terugkijkend voelt ze mededogen voor dat meisje dat zoveel energie stak in "erbij horen" in plaats van gewoon zichzelf te zijn. Vandaag oefent ze in iets anders: het ongemak teruggeven aan wie het veroorzaakt, in plaats van het stilzwijgend zelf te dragen.

Schuld als motor

"Schuld is mijn motor geworden." Naarmate Deniza ouder wordt, beseft ze scherper wat de opofferingen van haar ouders inhielden — geschoolde mensen die in een fabriek gingen werken zodat hun kinderen een kans kregen. Talenten en vaardigheden die nodig zijn om van nul iets op te bouwen, blijven onbenut en ongezien. Dat schuldgevoel verklaart mee de hoge druk die veel kinderen van migranten voelen om iets terug te geven, zodat hun ouders alsnog een beetje kunnen meegenieten van de erkenning die ze zelf nooit kregen.

Een ode aan haar vader — en aan meer

Het schrijfproces was ook een vorm van therapie: woorden leren geven, plaatsen, zichzelf beter leren kennen. En het mondt uit in een ode aan haar vader, acht jaar geleden overleden aan kanker. Op een van zijn laatste avonden gaf hij haar zijn Amanet mee — zijn laatste wens — waarin het schrijven van het boek een plaats kreeg. Hij was de man die haar als Kosovaars meisje leerde rechtop te staan, die geen enkel ongemakkelijk gesprek uit de weg ging, en die nooit de erkenning kreeg waar hij zelf naar uitkeek. Het slothoofdstuk maakt duidelijk dat Tussenin een ode is aan hem — maar ook aan haar ouders, aan een vluchtelingenverhaal, aan een migrantenverhaal, en vooral aan het tussenin-zijn zelf.

Tussenin van Deniza Miftari was de aanleiding voor dit gesprek. Wil je geen enkele aflevering missen? Abonneer je op Kom Maar Dichter via je favoriete podcastkanaal, en schrijf je in op The Conversation Layer — dan belanden de gesprekken, transcripties en extra reflecties meteen in je inbox.

Kom maar dichter.