
Een boek dat ontbrak
Het idee ontstond bij Benjamin, die als leerkracht geschiedenis de kolonisatie elk jaar in het vijfde middelbaar behandelt en zich afvroeg waarom er voor kinderen niets bestond over die periode. Voor volwassenen is er degelijk historisch onderzoek, documentaires, publiekshistorische boeken — maar voor jongeren was er een groot gemis. Voor beiden was het van meet af aan belangrijk om het samen te doen, en met iemand met Congolese roots, vanuit een gedeelde geschiedenis. Sandrine en Benjamin kenden elkaar amper — een beetje spannend, een boek schrijven met iemand die je nauwelijks kent — maar hun paden hadden elkaar jaren eerder al gekruist, toen Benjamin reageerde op een column die Sandrine schreef over de problematische aanwezigheid van koloniale monumenten. Toen Benjamin haar voor dit project benaderde, was haar antwoord meteen ja.
Voor kinderen — maar welke leeftijd?
Aanvankelijk wilden ze het boek voor zesjarigen maken, maar in gesprek met de uitgeverij en omwille van het beladen onderwerp werd de leeftijd opgetrokken. Zelf mikten ze uiteindelijk op twaalf jaar; de uitgeverij hield het op tien. Het boek richt zich tot kinderen, maar is uitdrukkelijk ook bedoeld voor "grote kinderen": leerkrachten en ouders die het samen met een kind lezen, het kaderen, en er een gesprek over starten. Als inspiratie las Sandrine — voor wie dit het eerste boek is — het dagboek van Anne Frank opnieuw, in de versies voor verschillende leeftijden, om te zien hoe je zulke moeilijke onderwerpen aansnijdt voor jonge lezers. Als het lukt voor de wereldoorlogen, redeneerden ze, moet het ook lukken voor de koloniale periode.
Het schrijfproces: deadlines en accountability
Ze openden een Google Doc, stelden samen een structuur en inhoudstafel op, en verdeelden de hoofdstukken — telkens met genoeg openheid om elkaar feedback te geven en te herschrijven tot het voor beiden goed zat. Ieder koos waar zijn of haar hart en expertise lagen; Benjamin herschreef een groot deel van Sandrines stukken naar kinderniveau, want dat was in het begin moeilijk voor haar. Sandrine, naar eigen zeggen een meester in uitstelgedrag tussen werk, kinderen en bestuursfuncties door, had Benjamins duwtjes nodig: "ik mag hem niet teleurstellen, dus ik moet eraan werken." Ze werden elkaars partners in accountability, met als gedeelde stip op de horizon 30 juni 2025 — de verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid.
Ritme: het verhaal en de geschiedenis apart
Een mooie vondst in het boek: het narratief wisselt af met blokjes historische context, zodat je als lezer beweegt tussen Kimia's belevenissen en de feiten. Dat was er aanvankelijk niet — in de eerste versies stond de historische context juist te veel op de voorgrond, waardoor de lezer minder ín het verhaal zat. De uitgeverij stelde voor om af en toe te onderbreken met aparte contextstukjes (die je als lezer ook kunt overslaan, of net gebruiken als leerkracht). Het sluitstuk kwam van feedback van politicologe en schrijfster Nadia Nsayi: "eigenlijk ontbreekt Kimia een beetje — ze moet meer aanwezig zijn. Ik wil weten wat ze voelt, denkt, waar ze is." Door de historische context uit het verhaal te trekken, kreeg Kimia zelf de ruimte om te denken, voelen en spreken.
De balans tussen eerlijkheid en kinderen niet overdonderen
De grootste evenwichtsoefening: hoe breng je een gruwelijke geschiedenis aan een jonge blik? Passages over martelingen of afgekapte handen sneuvelden soms — niet alle details zijn wenselijk voor kinderen — maar tegelijk wilden ze niets vergoelijken of verbloemen. Wat je niet in beeld toont, kun je in woorden zeggen, en omgekeerd; ook de illustraties tonen bewust geen gruwelijke details. En kinderen mag je niet onderschatten: ze kunnen meer aan dan we denken.
Illustraties zonder koloniale clichés
Voor de illustraties werkten ze samen met Shamisa Debroey — beeld was cruciaal om de verbeelding ruimte te geven en het verhaal sfeer. Eén ding stond vast: geen koloniale beeldvorming, geen stereotype afbeeldingen van zwarte mensen herhalen, want net dat zat in de propaganda van Leopold II. Het werd zoeken naar de balans tussen de artistieke vrijheid van de illustratrice en die zorgvuldige representatie; er werden meerdere covers getekend voor ze bij de juiste Kimia uitkwamen.
Multiperspectiviteit en agency
Wat het boek doet slagen, is dat het de geschiedenis vanuit meerdere perspectieven en referentiekaders vertelt — geen klassiek verhaal verteld vanuit één dominante, witte blik. Twee begrippen uit het recente geschiedenisonderzoek lopen erdoorheen: multiperspectiviteit en agency — het vermogen van mensen om hun lot in eigen handen te nemen in plaats van lijdend voorwerp te zijn. Bewust kozen ze voor het perspectief van een Congolees meisje, hoe moeilijk ook: over meisjes in de 19e-eeuwse koloniale periode bestaan vrijwel geen historische bronnen, en juist daarom biedt fictie een uitweg. Ze besteedden ook bewust aandacht aan het Congolese verzet en aan hoe Congo georganiseerd was vóór Leopold II — dingen die ze zelf op school nauwelijks hadden geleerd.
Wat het schrijven met hen deed
Voor Benjamin, die normaal geen fictie schrijft, was dit het moeilijkste boek dat hij maakte: dingen verzinnen die misschien nooit exact zo hadden plaatsgevonden, de gevoelswereld invullen van een meisje van zes, zeven, acht — iets wat een historicus, gewend zich op bronnen te baseren, normaal niet doet. Hij bekent een haat-liefdeverhouding met schrijven: veel werk, veel schrappen, onzeker of er ooit iets mee gebeurt — maar hij ziet ook wat zo'n verhaal teweegbrengt. Voor Sandrine was het onderzoekswerk emotioneel zwaar: getuigenissen en rapporten (zoals dat van de onderzoekscommissie naar de wreedheden onder Leopold II) grepen haar naar de keel, maakten haar boos en verdrietig — en bevestigden tegelijk wat ze al wist: kolonisatie is als systeem onrechtvaardig, en valt niet goed te praten. Waarom, vraagt ze zich af, hebben we het jarenlang voorgesteld als een prachtig beschavingsproject?
Verantwoordelijkheid, twijfel en strengheid voor zichzelf
Het was een proces van twee en een half jaar, met ups en downs — Sandrine, zwanger van haar laatste kind, wenende en vloekende momenten, en meer dan eens de neiging om op te geven en het boek te "parkeren". Ze waren onzeker, juist omdat er weinig bestond om zich op te baseren, en wachtten tot na de publicatie met een bang hartje op de reacties. Hun grootste vrees: een backlash, beschuldigingen dat ze Belgische kinderen schuldgevoelens wilden aanpraten. Het tegenovergestelde gebeurde — de kritiek was opbouwend en eerlijk. Wat hen telkens deed doorgaan, was een groot verantwoordelijkheidsgevoel en het besef dat dit boek er móést komen. Compromissen sluiten kon, maar hun ziel — een eerlijk, historisch correct boek — wilden ze intact houden. Ze waren streng voor zichzelf, juist omdát het voor kinderen is, kinderen die volop in ontwikkeling zijn.
Een boek op het juiste moment
Het boek verscheen rond de 65e onafhankelijkheidsdag en sluit toevallig mooi aan bij de nieuwe minimumdoelen van het basisonderwijs, waarin Congo en de kolonisatie aan bod komen. Er liggen workshops (onder meer in het BELvue-museum), gesprekken met Studio Globo, een mogelijke vertaling via Literatuur Vlaanderen, een muurschildering in Brussel, en een nominatie. De grote droom: vertalingen naar het Frans (ook relevant voor Congo zelf) en het Engels — en ooit een verfilming.
Het laatste woord
Gevraagd wat ze zouden hopen dat Kimia, mocht ze vandaag leven, over onze tijd zou vertellen, antwoorden ze: dat ze onze tijd even scherp en eerlijk zou bekijken als wij naar het verleden proberen te kijken — dat ze zou schrijven over welke verhalen vandaag dominant zijn en welke nog te weinig gehoord worden, en dat ze ons zou uitdagen om kritisch en nieuwsgierig te blijven. Want kolonialisme, benadrukken ze, is geen afgesloten hoofdstuk: ook veel hedendaagse conflicten draaien om grondstoffen. Tot slot lezen ze de openingspassage voor — "Feest in het dorp" — waarin de kleine, avontuurlijke Kimia ongeduldig heen en weer schuift terwijl haar moeder haar haar vlecht, en het hele dorp zich opmaakt voor de komst van de nieuwe leider.
Kimia in het hart van Congo van Sandrine Ekofo, Benjamin Goyvaerts was de aanleiding voor dit gesprek. Wil je geen enkele aflevering missen? Abonneer je op Kom Maar Dichter via je favoriete podcastkanaal, en schrijf je in op The Conversation Layer — dan belanden de gesprekken, transcripties en extra reflecties meteen in je inbox.