INCLUSIE ALS STRATEGIE

AUTHOR /
ARTEMIS KUBALA
YEAR /
2026

SCAN JE PRAKTIJKEN, NIET JE MENSEN

“Als diversiteit is als de lucht die ons omringt, dan is inclusie onze ademhaling.”

Diversiteit is een gegeven. Ze is er, of organisaties dat nu willen of niet. Inclusie daarentegen is een praktijk. Een keuze. Een dagelijkse handeling.

Toch zie ik in veel organisaties nog steeds dezelfde reflex: we meten diversiteit door mensen te turven op identiteitskenmerken. Geslacht. Leeftijd. Herkomst. Nationaliteit. Soms ook religie of beperking.

Dat lijkt logisch. Wat je meet, kan je verbeteren.

Maar als we inclusie ernstig nemen, moeten we een andere vraag stellen:

Niet wie zit hier aan tafel?

Wel: hoe is deze tafel gebouwd?

INTERSECTIONALITEIT: MENSEN ZIJN GEEN OPTELSOM

Intersectionality helps us understand why this shift matters.

Het kruispuntdenken – intersectionaliteit – helpt om dat te begrijpen.

Het concept werd ontwikkeld door Kimberlé Crenshaw, die aantoonde hoe vormen van ongelijkheid elkaar kruisen en versterken. Racisme en seksisme werken niet los van elkaar. Klasse, verblijfsstatuut, gezondheid, huidskleur, seksuele oriëntatie, leeftijd, religie – ze beïnvloeden elkaar.

Ook in Europa werd dit verder uitgediept door onderzoekers zoals Helma Lutz. En lang vóór het woord bestond, wees Sojourner Truth in haar beroemde toespraak “Ain’t I a Woman?” al op het feit dat gender niet los te zien is van zgn. ras en sociale positie.

Intersectionaliteit leert ons één fundamentele les:

Mensen bestaan nooit op één as.

Wanneer organisaties medewerkers reduceren tot categorieën, missen ze precies die complexiteit. En erger nog: ze leggen de verantwoordelijkheid voor inclusie bij de identiteit van mensen in plaats van bij de inrichting van hun systemen.

DIVERSITEIT ALS UITKOMST VERSUS DIVERSITEIT ALS PROCES

Veel organisaties behandelen diversiteit als een doel op zich: een percentage dat moet kloppen.

Maar diversiteit is geen KPI.

Ze is een uitkomst van hoe je je organisatie organiseert.

Wanneer werving en selectie eerlijk verlopen, wanneer onboarding inclusief is, wanneer feedback veilig gegeven kan worden, wanneer beloningssystemen transparant zijn, wanneer interne mobiliteit echt toegankelijk is – dan volgt diversiteit vanzelf.

Inclusie zit niet in één beleidsdocument. Ze zit in honderden kleine en grote praktijken: van employer branding tot exitgesprekken, van psychologische veiligheid tot datagedreven besluitvorming.

En hier zit een cruciaal verschil.

Organisaties die inzetten op cijfers, werken vaak aan het zichtbare resultaat.

Organisaties die inzetten op praktijken, werken aan de drager.

Wie zijn praktijken inclusief maakt, bouwt een fundament dat meebeweegt. Niet een beleid dat vastzit aan de visie op diversiteit van vandaag, maar een leerproces dat ook morgen standhoudt.

Want onze taal evolueert. Onze inzichten verdiepen. Wat we vandaag scherp zien, zagen we tien jaar geleden niet. En wat we vandaag nog missen, zal morgen duidelijker worden.

Een organisatie die haar processen kent, durft bevragen en kan aanpassen, is wendbaar. Ze moet niet telkens herbeginnen. Ze weet waar ze kan bijsturen.

Dat is duurzaam inclusiewerk.

DIVERSVAARDIGHEID: EEN KERNCOMPETENTIE

Daarom spreek ik liever over diversvaardigheid.

Diversvaardigheid is het vermogen om te leven, werken en creëren in een dynamische omgeving waarin uiteenlopende perspectieven, levensbeschouwingen, leefstijlen en ervaringen samenkomen en met elkaar acteren. (naar Mounir Samuel, in zijn boek Je Mag Ook Niets Meer Zeggen).

Het is geen morele houding.

Het is een vaardigheid.

En zoals elke vaardigheid kan ze ontwikkeld worden.

Dat vraagt oefening in luisteren. In taal. In het herkennen van machtsverschillen. In het verdragen van frictie. In het aanpassen van processen wanneer ze bepaalde groepen structureel benadelen.

Voor leiders betekent dit: niet alleen sturen op cijfers, maar op cultuur.

Voor HR betekent dit: niet alleen kijken naar instroom, maar naar doorstroom en uitstroom.

Voor teams betekent dit: leren omgaan met verschil zonder het te willen gladstrijken.

VAN SINGLE NAAR TRIPLE LOOP LEARNING

Het model van triple loop learning helpt om dit strategisch te verankeren.

Single loop learning: Doen we de dingen juist?

Double loop learning: Doen we de juiste dingen?

Triple loop learning: Hoe bepalen wij eigenlijk wat juist is?

Veel inclusie-initiatieven blijven steken in de eerste lus. We verbeteren procedures. We herschrijven vacatures. We organiseren trainingen.

Dat is waardevol.

Maar echte inclusie vraagt dat we ook onze aannames bevragen.

Wie definiëren wij als “talent”?

Wat beschouwen wij als “professioneel gedrag”?

Welke loopbanen zien wij als “normaal”?

Welke levensrealiteiten nemen wij impliciet als standaard?

Triple loop learning maakt organisaties veerkrachtig. Het zorgt ervoor dat inclusie geen trend is, maar een ingebakken manier van denken en beslissen.

DE SHIFT: VAN MENSEN SCANNEN NAAR PRAKTIJKEN SCANNEN

Als we intersectionaliteit ernstig nemen, als we diversvaardigheid ontwikkelen en als we bereid zijn om in meerdere leerlussen te denken, dan komen we onvermijdelijk tot een andere conclusie:

Scan organisatiepraktijken op hoe inclusief ze zijn, in plaats van medewerkers te scannen op identiteitsassen.

Dat betekent dat we onze aandacht verleggen van personen naar patronen. Van kenmerken naar context.

Vraag je bijvoorbeeld af:

• In welke vergaderingen lukt het ons om verschillende inzichten werkelijk mee te nemen in de besluitvorming?

• Wanneer is de opkomst voor teamactiviteiten hoog – en wat zegt dat over toegankelijkheid en betrokkenheid?

• Welke teams vangen onverwachte afwezigheid van een collega soepel op, en hoe hebben ze dat georganiseerd?

• Hoe communiceren we wanneer onze taal, referentiekaders of communicatiestijlen niet vanzelfsprekend gedeeld zijn?

• Welke voorbeelden kennen we van frictie die niet escaleerde, maar net leidde tot betere samenwerking?

• Waar verlopen feedbackgesprekken vlot – en wat maakt dat mogelijk?

• Wanneer voelen mensen zich vrij om een andere visie te formuleren dan de dominante?

Dit soort vragen maakt inclusie zichtbaar als een kwaliteit van de interactie en van de organisatie-inrichting.

Ze nodigen uit tot leren in plaats van tot labelen.

Ze helpen om sterke praktijken te herkennen én te versterken.

En ze maken inclusie los van een tijdelijke definitie of trend.

Organisaties die zo leren kijken, bouwen geen momentopname. Ze bouwen capaciteit.

En capaciteit is duurzamer dan correctie.

No items found.

BLIJF VERBONDEN

Werk je aan cultuur, leiderschap of organisatieontwikkeling?

Laat je e-mailadres achter op de interesselijst voor de Speaking Bug-nieuwsbrief. Je blijft op de hoogte van nieuwe artikels, scans en concrete tools rond inclusie als strategie.

[schrijf je in op de interesselijst]

VERKEN ANDERE INZICHTEN

EVEN SPARREN?
LET’S WORK!
HELLO
CONTACT ME
HOLA